Op 21 juli 2025 zette de federale regering een beslissende stap met het akkoord over een reeks structurele hervormingen om de arbeidsmarkt aan te passen aan de realiteit van de 21ste eeuw. Er werden 10 beslissingen genomen op het vlak van werkgelegenheid.
1. Einde van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)
Alle vormen van SWT, ook wel “brugpensioen” genoemd, worden in de toekomst afgeschaft. Alleen een zeer specifieke medische uitzondering blijft bestaan, voor werknemers met een handicap of ernstige fysieke problemen. Het akkoord van de sociale partners wordt uitgevoerd.
2. Hervorming van het tijdskrediet landingsbaan
Het tijdskrediet landingsbaan wordt eveneens hervormd. De loopbaanvoorwaarden worden geleidelijk opgetrokken naar 35 jaar. Het blijft mogelijk er vanaf 55 jaar gebruik van te maken, op voorwaarde dat men een erkend zwaar beroep uitoefent, nachtwerk verricht, arbeidsongeschikt is om in de bouwsector te blijven werken, of behoort tot bepaalde doelgroepen zoals werknemers van maatwerkbedrijven of sociale werkplaatsen. Werknemers uit ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden komen eveneens in aanmerking, net als wie een voldoende lange loopbaan kan aantonen. Het akkoord van de sociale partners wordt uitgevoerd. De ministers hebben ook het tijdkrediet landingsbaan goedgekeurd waarover vakbonden en werkgevers in de Nationale Arbeidsraad (NAR) overeenstemming bereikten.
3. Loonnorm
Op loonvlak heeft de regering beslist een koninklijk besluit aan te nemen dat de maximale marge voor loononderhandelingen op 0 % vastlegt voor de periode 2025-2026. Deze beslissing respecteert de wet van 1996 over de loonnorm en garandeert de competitiviteit van onze economie. Ze verhindert de sociale partners niet om akkoorden te sluiten over andere aspecten van de arbeidsvoorwaarden. Ter ondersteuning van de koopkracht wordt, buiten de loonnorm, de mogelijkheid ingevoerd om vanaf 2026 de nominale waarde van maaltijdcheques met 2 € te verhogen. Bovendien zal de fiscale aftrekbaarheid van het werkgeversgedeelte van deze cheques worden verhoogd van 2 € naar 4 €, wanneer de werkgeversbijdrage stijgt van 6,91 € naar 8,91 € per cheque.
4. Vrijwillige overuren
Het systeem van vrijwillige overuren wordt grondig hervormd. Er wordt één uniform stelsel van 360 vrijwillige uren ingevoerd voor alle sectoren, met een fiscale en sociale vrijstelling voor 240 van deze uren, zodat het nettoloon gelijk is aan het brutoloon. In de horecasector wordt dit plafond opgetrokken tot 450 uur, waarvan 360 eveneens die vrijstelling zullen genieten. De administratieve procedures rond deze overuren worden aanzienlijk vereenvoudigd.
5. Versoepeling van arbeidsreglementen
Daarnaast heeft de regering beslist de regels rond arbeidsreglementen te versoepelen. Het is voortaan niet langer nodig daarin exhaustief alle mogelijke werktijden op te nemen, op voorwaarde dat een duidelijk tijdskader wordt vastgelegd. Deze maatregel biedt meer flexibiliteit aan werkgevers en houdt tegelijk rekening met de verwachtingen van werknemers.
6. Afschaffing van het verbod op nachtarbeid
Ook de wetgeving omtrent nachtarbeid wordt aangepast. Tot op heden bestond er een algemeen verbod, hoewel sectorale uitzonderingen mogelijk waren. Dit verbod wordt nu geschrapt uit de arbeidswet, wat de organisatie van nachtarbeid in de Belgische economie vergemakkelijkt en ondernemingen meer speelruimte geeft, ten gunste van werkgelegenheid en groei.
7. Nachtwerk in de logistieke sector en de e-commerce
In de specifieke sector van de logistiek en de e-commerce worden de regels aangepast om ze beter af te stemmen op de operationele behoeften. Nachtwerk vangt er voortaan aan om middernacht en eindigt om vijf uur ’s ochtends. Belangrijk is dat het koopkrachtniveau van de huidige werknemers in geen geval wordt aangetast door deze wijziging.
8. Afschaffing van de minimale wekelijkse arbeidsduur
Een andere belangrijke beslissing is de afschaffing van de minimale wekelijkse arbeidsduur, die tot nu neerkwam op een derde van een voltijds uurrooster. Dankzij deze maatregel wordt het mogelijk om jobs met een zeer klein uurvolume officieel aan te geven, wat kansen opent voor studenten, gepensioneerden, personen met een handicap en mantelzorgers. Deze vooruitgang is tevens een doeltreffend wapen in de strijd tegen zwartwerk, door een betere sociale bescherming te bevorderen en de fiscale inkomsten te versterken.
9. Beperking van de opzegtermijn tot 52 weken
De regering heeft bovendien beslist de maximale opzegtermijn te beperken tot 52 weken, met ingang van 1 januari 2026. Deze maatregel moet de competitiviteit van Belgische bedrijven vrijwaren en voorkomt dat werknemers te lang vastzitten in ongewenste situaties. Hij zal een snellere overgang naar een nieuwe job of een beroepsheroriëntatie vergemakkelijken.
10. Digitalisering van bonusplannen (CAO 90)
Tot slot zullen, in het kader van de administratieve modernisering, de plannen voor niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen (CAO 90) vanaf 1 januari 2026 uitsluitend nog digitaal worden ingediend bij de diensten van de FOD Werkgelegenheid. Deze digitalisering ligt volledig in de lijn van het engagement van de regering voor een eenvoudigere, efficiëntere en toegankelijkere administratie.




























0 reacties