RSVZ jaarverslag : tendensen 2023 van de sector zelfstandigen
24 mei 2024




België telde 1.279.170 zelfstandigen op 31 december 2023
(824.296 mannen en 454.874 vrouwen), dit is 1,73% meer dan het jaar ervóór.
Zoals al meer dan 20 jaar het geval is, blijft het aantal zelfstandigen dus
stijgen. Hoewel die stijgende tendens geldt voor alle categorieën van
aangeslotenen, zien we dit enkel bij de activiteitssectoren van de nijverheid,
vrije beroepen en diensten. Terugblik op de andere grote tendensen in 2023.



Stijging van alle categorieën van
aangeslotenen ten opzichte van 2022



Het aantal zelfstandigen
in hoofdberoep stijgt met 0,43% (van 795.282 naar 798.724). Die stijging is
zwakker dan gewoonlijk. Ze betreft de activiteiten in hoofdberoep van mannen (+
0,46%) en van vrouwen (+ 0,39%).



In 2023 is het aantal
ondernemers in bijberoep sterker gestegen en evolueerde van 323.494 in 2022
naar 332.676 in 2023. Het aantal mannelijke zelfstandigen is gestegen met 2,18%
(van 182.433 naar 186.419) terwijl het aantal vrouwelijke zelfstandigen een iets
sterkere stijging kent, namelijk van 3,68% (van 141.061 naar 146.257).



Het jaar 2023 wordt
vooral gekenmerkt door een stijging van 6,63% van het aantal zelfstandigen die
na de pensioenleeftijd blijven werken (van 138.580 in 2022 naar 147.770 in
2023). De stijging bij de mannen bedraagt 6,43% (van 103.106 naar 109.737) en
van 7,21% bij de vrouwen (van 35.474 naar 38.033).



Toename van het aantal gepensioneerde
zelfstandigen



In het stelsel van de
zelfstandigen neemt het totale aantal gepensioneerden toe van 583.474 in 2022
naar 595.937 in 2023 (tellingsdatum = 1 januari).



De toename van het
aantal gepensioneerde zelfstandigen betreft personen die een rustpensioen
genieten aan het alleenstaandenbedrag (zowel bij de gehuwden als bij de
ongehuwden). Er wordt echter een daling waargenomen van de pensioenen aan het
“gezinsbedrag”, van de gecombineerde rust- en overlevingspensioenen,
van alleen overlevingspensioenen en van de overgangsuitkeringen.




Daling van de gemiddelde
netto-inkomsten als gevolg van de coronacrisis



Het gemiddelde van de
netto-inkomsten, dat als grondslag dient voor de berekening van de sociale
bijdragen, is sterk gedaald in 2023. Het gemiddelde van de referte-inkomens
2020 (dat als grondslag dient voor de berekening van de voorlopige bijdragen
2023) bedroeg immers 21.508,67 euro, hetgeen een daling is van 9,65%. Dit is
ongetwijfeld één van de gevolgen van de gezondheidscrisis.



De verschillen tussen
sectoren blijven aanzienlijk en, met uitzondering van de landbouwsector, zagen
alle bedrijfstakken een daling ten opzichte van het voorgaande jaar.




Meer dan een kwart van de starters in
2023 zijn van vreemde nationaliteit



Het begrip
“starter” omvat de nieuwe aansluitingen, de hervattingen van
activiteit en de ambtshalve aansluitingen. In 2023 waren er 123.274 starters,
dit is 0,62% minder dan in 2022. Van dit totaal hebben 34.621 personen een buitenlandse nationaliteit. Dit
aantal is dus ongewijzigd ten opzichte van 2022. Deze groep vertegenwoordigt
28,08% van alle starters, dus meer dan 1/4 (26,05% in 2021 en 27,92% in 2022).
De top 3 nationaliteiten van deze niet-Belgische starters zijn Roemeens,
Nederlands en Frans.



Andere vaststellingen voor 2023



  • Het aantal meewerkende echtgenoten blijft dalen. Deze daling bedraagt
    10,24% ten opzichte van 2022.

  • Sinds 1 januari 2017 kunnen de studenten die een zelfstandige
    activiteit uitoefenen, het statuut van student-zelfstandige genieten. Op
    31 december 2023 telde men 8.636 student-zelfstandigen tegenover 8.690 op
    31 december 2022 (dus – 0,62%). Uit de uitsplitsing per leeftijd blijkt
    dat hoofdzakelijk de studenten vanaf 20 jaar gebruik maken van dit
    specifiek statuut.

  • Het aantal vennootschappen in faillissement stijgt: 7.132 in 2023
    tegenover 6.443 en 2022.



Laatste nieuws