Beleeft de Belgische soldenregeling haar laatste dagen? Recente arresten van de Raad van State stellen één van de historische pijlers van onze handelsreglementering in vraag: de strikte omkadering van het gebruik van het woord “solden” en van de periodes waarin deze promoties georganiseerd mogen worden. Voor de Interprofessionele Federatie voor Zelfstandige Ondernemers SDZ roept deze zaak zowel hoop op vereenvoudiging op… als ernstige bezorgdheid over de toekomst van de concurrentie in de detailhandel.
België behoort tot de weinige Europese landen die een strikte regeling rond solden hebben behouden. Concreet mogen handelaars het woord “solden” wettelijk enkel gebruiken tijdens twee welbepaalde periodes: één in de winter en één in de zomer. Het systeem voorziet ook specifieke regels inzake prijsverminderingen, zogenaamde wachtperiodes waarin promotieaankondigingen beperkt worden, en administratieve sancties bij onrechtmatig gebruik van het begrip “solden”.
Oorspronkelijk had deze regelgeving verschillende doelstellingen: consumenten beschermen, valse promoties vermijden, oneerlijke concurrentie tegengaan en een zekere commerciële stabiliteit garanderen, met name voor kleine handelszaken.
Lange tijd sloot dit model relatief goed aan bij de traditionele werking van de fysieke handel. Vandaag is het handelslandschap echter grondig veranderd. Consumenten worden permanent geconfronteerd met online promoties, private sales, commerciële acties zoals “Black Friday”, “mid-season sales”, gekoppelde verkopen, permanente promotiecodes en vooral met een agressief beleid van buitenlandse platformen die grotendeels ontsnappen aan de Belgische handelsgewoonten en -regels.
Daardoor is het juridische onderscheid tussen “solden”, “promoties”, “private sales” of “uitzonderlijke prijzen” doorheen de jaren steeds vager geworden. Veel handelaars vinden dan ook dat de Belgische regelgeving niet alleen te complex is geworden, maar ook losstaat van de huidige economische realiteit.
In die context heeft de Raad van State op 20 mei 2026 verschillende boetes vernietigd die waren opgelegd aan ZEB, Point Carré en The Fashion Store, drie ketens van The Fashion Society, een dochteronderneming van Colruyt die ongeveer 130 winkels in België uitbaat. Deze ketens hadden het woord “solden” gebruikt buiten de wettelijk voorziene periodes. De Raad van State vernietigde deze sancties omdat bepaalde toepasselijke bepalingen onverenigbaar werden geacht met het Europees recht inzake handelspraktijken en dus steunden op een onwettige rechtsgrond.
In de praktijk verzwakt deze beslissing het soldenregime aanzienlijk. Ze opent de deur naar een bredere herziening, hetzij via een aanpassing van de wetgeving, hetzij via een geleidelijke afbouw van het systeem zoals we dat vandaag kennen.
Trouw aan haar historische positie als verdediger van het ondernemerschap op het terrein, meent SDZ dat het debat niet herleid mag worden tot een simplistische tegenstelling tussen “voor” of “tegen” solden.
Vooreerst moet onze federatie erkennen dat het huidige Belgische systeem bijzonder moeilijk te verzoenen valt met de realiteit van de moderne handel. In het digitale tijdperk en met internationale platformen worden kleine handelszaken reeds permanent geconfronteerd met concurrentie van grote ketens, e-commerce, buitenlandse spelers en internationale marketplaces.
Anderzijds toont het steeds frequenter gebruik van mechanismen zoals private sales of gekoppelde aanbiedingen aan dat ook veel kleine handelaars zelf de huidige presoldenregeling als te rigide beschouwen tegenover de huidige marktrealiteit.
Toch pleiten wij niet voor een volledige deregulering.
Een afschaffing van alle beschermingsmechanismen rond solden en promoties zou bijzonder zware gevolgen kunnen hebben voor de zelfstandige handel. Dat dreigt een permanente prijzenoorlog te installeren waarin kleine handelaars structureel benadeeld worden.
SDZ herinnert eraan dat de echte moeilijkheid voor kleine handelszaken vandaag ligt in de bijzonder sterke concurrentie van de grootdistributie en internationale platformen. Waar sommige ketens tijdelijke verliezen kunnen opvangen, massale promotiecampagnes kunnen voeren of beperkte marges in een bepaalde regio kunnen compenseren via winsten elders, werken kleine handelaars met veel beperktere cashflow en zijn zij sterk afhankelijk van enkele sleutelperiodes in het jaar.
In die context is SDZ van mening dat een loutere afschaffing van de bestaande beschermingsmechanismen, zonder globale reflectie, vooral de bestaande concurrentiële onevenwichten op de markt verder dreigt te versterken, ten nadele van buurtwinkels, hun rendabiliteit en uiteindelijk hun voortbestaan.
De inzet mag dus niet uitsluitend bestaan uit het al dan niet dereguleren van solden, maar wel uit het garanderen van eerlijke concurrentievoorwaarden tussen de verschillende handelsactoren. SDZ pleit daarom voor concrete maatregelen die de concurrentie tussen kleine handelszaken, grote ketens en internationale platformen daadwerkelijk opnieuw in evenwicht brengen.
Dat vereist onder meer een strengere omkadering van permanente promoties om te vermijden dat sommige spelers quasi het hele jaar door kortingen afficheren, een versterkte controle op valse prijsverminderingen en kunstmatig opgedreven referentieprijzen vóór promoties, een effectieve bestrijding van commerciële dumpingpraktijken waarbij producten duurzaam met verlies verkocht worden om consumenten kunstmatig aan te trekken, een harmonisering van de regels tussen fysieke Belgische handel, e-commerce en buitenlandse platformen zodat alle spelers aan dezelfde fiscale, sociale en commerciële verplichtingen onderworpen zijn, en ten slotte een versterking van de economische controles om te vermijden dat bepaalde grote spelers de geest van de regels omzeilen via verkapte promoties, permanente private sales of misleidende reclamepraktijken.
De bedoeling mag niet zijn om elke vorm van bescherming af te schaffen, maar wel om een modern, begrijpelijk en aangepast kader uit te bouwen dat rekening houdt met de evolutie van de handel.
Daarbij moet men erkennen dat een zelfstandige handelszaak niet kan overleven door terecht te komen in een permanente prijzenoorlog met internationale groepen die over onvergelijkbare financiële middelen beschikken.
Kortom: achter het debat over solden schuilt in werkelijkheid een veel bredere vraag, namelijk die van het voortbestaan en de competitiviteit van de Belgische zelfstandige handel tegenover de diepgaande veranderingen op de markt.
Als de echte meerwaarde van de buurtwinkel vooral berust op advies, kwaliteit van dienstverlening, specialisatie, menselijk contact en lokale verankering, dan moet het economisch kader die handelszaken natuurlijk ook toelaten om te blijven bestaan!




























0 reacties