Op 1 juni 2026 werden de wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen en de wet van 18 mei 2026 houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
1. De wet schaft vanaf 1 juni 2026 het verbod op nachtarbeid af en wijzigt bijgevolg de arbeidswet van 16 maart 1971, de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en de regelgeving inzake de uitvoering van bouwwerken (wet van 6 april 1960 en koninklijk besluit van 30 mei 1960).
2. Voor wat de werknemers betreft die vanaf 1 juni 2026 in dienst treden in de distributiesector en de aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel in de zin van de nieuwe wetgeving, beperkt deze wet het recht op premies en voordelen verbonden aan de uren tussen 20 uur en 6 uur vanaf 1 juni 2026 tot prestaties verricht tussen 23 uur en 6 uur ’s ochtends.
3. Er worden door de nieuwe wet ook wijzigingen aangebracht in de procedures tot invoering van nachtarbeid in de onderneming.
- Deze wet vereenvoudigt de procedure voor de invoering van nachtarbeid die uitsluitend prestaties buiten de periode tussen middernacht en 5 uur ’s ochtends omvat (bv. uurrooster dat prestaties voorziet van 15u30 tot middernacht).
Dergelijke nachtarbeid zal kunnen worden ingevoerd door de opname van de desbetreffende prestaties en uurroosters in het arbeidsreglement van de onderneming volgens de normale procedure voor het opstellen en wijzigen van het arbeidsreglement zoals bepaald in de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, alsook, maar enkel voor het uitvoeren van alle logistieke en ondersteunende diensten verbonden aan de elektronische handel van roerende goederen, via een gewone collectieve arbeidsovereenkomst, d.w.z. een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten met één enkele representatieve werknemersorganisatie.
- De wet vereenvoudigt ook de procedure voor de invoering van een arbeidsregeling met nachtprestaties in de zin van artikel 38 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Zo’n arbeidsregeling zal kunnen worden ingevoerd hetzij via collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij door gebruik te maken van de normale procedure tot instelling en wijziging van het arbeidsreglement als voorzien in de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965.
Ingeval van invoering via collectieve arbeidsovereenkomst zal deze moeten worden gesloten met alle organisaties die vertegenwoordigd zijn in de vakbondsafvaardiging, behalve in de volgende twee gevallen, waarin zij zal kunnen worden gesloten met het akkoord van één enkele representatieve werknemersorganisatie:
- wanneer de betrokken onderneming behoort tot de distributiesector en de aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel (zie hierboven);
- wanneer de betrokken onderneming niet behoort tot de distributiesector en de aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel, maar logistieke en ondersteunende diensten verbonden aan de elektronische handel uitvoert.
- De wet vereenvoudigt eveneens, ingeval van invoering van nachtarbeid in de onderneming in de zin van artikel 36 en 38 van de arbeidswet van 16 maart 1971, de verzoeningsprocedure voor geschillen die tijdens de procedure tot opstelling of wijziging van het arbeidsreglement ontstaan. Als de arbeidsinspecteur in dergelijk geval tijdens zijn verzoeningspoging vaststelt dat de betrokken arbeidsregeling wettig is, dan stelt hij, in afwijking van de regels van de wet van 8 april 1965, de werkgever en, desgevallend, de voorzitter van de ondernemingsraad, daarvan in kennis. Het arbeidsreglement treedt dan de achtste dag na deze kennisgeving in werking.
- Tot slot voorziet deze wet in de opheffing van de verplichting tot mededeling aan de paritaire comités van het verslag van de raadplegingen van de werknemers over de noodzakelijke aanpassingen van de arbeidsvoorwaarden van de werknemers tewerkgesteld in arbeidsregelingen met nachtprestaties.




























0 reacties